You are here:  / Algemene beginselen

Hindoeïsme / Sanatan Dharma

Ontstaan
Het Hindoeïsme is niet ontstaan door een profeet of stichter. Meer dan 4000 jaar geleden hadden de mensen in Noord-India (nu Pakistan), in de enorme vallei waar de rivier de Indus stroomt, verschillende gebruiken, verhalen, toen al oude boeken, en ze geloofden in verschillende goden. Omdat het een bijzonder vruchtbaar gebied was trokken er soms ook andere volken naar toe. De mengelmoes van verhalen, gebruiken en rituelen zijn we later Hindoeïsme gaan noemen. Deze oude godsdienst, beter gezegd levenswijze is genoemd naar de rivier de Indus. Het Hindoeïsme is verreweg de oudste levende godsdienst / levenswijze ter wereld. Het is de levenswijze van mensen die Hindoes heten, en die vooral in India wonen, waar het Hindoeïsme zich heeft geopenbaard. De godsdienst speelt een belangrijke rol in het leven van de Hindoes. Ze heeft te maken met de manier waarop de mensen leven, met wat ze eten en hoe ze tegen de wereld aankijken. Hindoes zelf noemen hun godsdienst niet het Hindoeïsme. Dat woord is namelijk bedacht door westerse geleerden in de negentiende eeuw. Hindoes noemen hun levenswijze ‘Sanatan Dharma’ dat betekent eeuwige leer of eeuwige wet. De Sanatan Dharma is een levendig, kleurrijk en soepele levenswijze, dat op verschillende manieren kan worden vorm gegeven. De hoofdgedachte is dat een ieder een eigen weg bewandeld naar verlossing toe. De Sanatan Dharma is zoals gezegd meer een manier van leven dan een vast geloof. Het is dynamisch, kritisch en onderzoekend. Het kan op allerlei manieren worden vorm gegeven. Sommige Hindoes bidden iedere dag, andere bijna nooit. Bidden en de tempel bezoeken zijn niet verplicht. Aan iedereen wordt overgelaten zelf te beslissen wat het beste is voor hem of haar. Maar alle Hindoes delen een aantal uitgangspunten. Hindoes hebben als uitgangspunt dat bij iemands dood zijn ziel voortleeft en herboren wordt in een ander lichaam van een mens, dier of ander organisme (reïncarnatieleer). De kwaliteit van je volgende leven hangt af van de manier waarop je in een eerdere leven hebt geleefd. Door de richtlijnen van de Sanatan Dharma aan te houden en daarmee een goed leven te leiden, word je herboren in een hogere levensvorm. Als je slecht hebt geleefd, word je herboren in een lagere levensvorm. Deze keten van daden en hun gevolgen wordt karma genoemd.
Het uiteindelijke doel van het leven van een Hindoe is Moksha of verlossing, loskomen van de cyclus van samsara (het heen gaan en komen op aarde). Hoe beter iedere hergeboorte, des te dichter kom je bij moksha. Moksha wordt ook gezien als het moment waarop je individuele ziel, atman, opgaat in de opperste geest Brahman.

Monotheïstisch
De belangrijkste misvatting van het Westen is dat de Sanatan Dharma wordt gekarakteriseerd als een polytheïstische (meerdere goden) godsdienst. Terwijl in de kern is de Sanatan Dharma monotheïstisch. Het is namelijk één God met miljoenen verschijningsvormen. Deze verschijningsvormen worden in het Westen gezien als goden. Maar Hindoes bidden niet zoals de christenen tot God of moslims tot Allah bidden. In plaats daarvan vereren zij honderden of zelfs miljoenen aspecten van God. Sommige Hindoes vereren vele aspecten, andere juist niet. De Hindoe goden (verschijningsvormen )worden vaak afgebeeld met vele hoofden of armen die allemaal een heilig voorwerp vasthouden. Dat zijn symbolen van hun speciale krachten en het aspect dat zij van God vertegenwoordigen.

De drie belangrijkste eenheden zijn:

Brahma (niet te verwarren met Brahman) laat de scheppende kracht van Brahman zien. Brahma is de god die het heelal heeft geschapen. Hij wordt afgebeeld met vier hoofden die naar de vier windrichtingen kijken. Zijn vrouw, Saraswati, is de godin van de kunst en het onderwijs.

Vishnu is de beschermer van het heelal. Hij is de zonnegod die licht en leven geeft. Vaak wordt hij afgebeeld op een adelaar of slapend op een reuzenslang. Zijn vrouw is Lakshmi, de godin van geluk en rijkdom.

Shiva staat voor de vernietigende kracht van Brahman. Shiva laat alles vergaan, zodat het vervolgens weer opnieuw kan beginnen. Shiva is dan ook de god van de wedergeboorte. Hij wordt onder andere afgebeeld als heer van de dans omringd door een vlammencirkel, die de nooit eindigende cirkel van de tijd symboliseert. Zijn vrouw is de godin Parvati. Zij wordt vereerd als vriendelijke en zachte moedergodin.

Een bibliotheek aan heilige boeken
Hindoes hebben niet één boek maar een uitgebreide collectie aan heilige boeken. Het zijn verzamelingen van universele kennis, gebeden, symbolische verhalen en leefregels die steeds zijn doorverteld door monniken. De oudste teksten (minimaal 5000 jaar oud) zijn de Veda’s. De exacte oorsprong van deze boeken is door de hedendaagse wetenschap nog niet achterhaald. Met name de Rig Veda (lied van de kennis) is bekend en bestaat uit liederen en regels voor het vereren van de goden. De teksten zijn opgeschreven in het Sanskriet, de heilige taal van India. Deze taal wordt niet gesproken maar nog wel gelezen en gebruikt bij gebeden. De Upanishaden gaan over de relatie tussen een mens en Brahman (de goddelijke kern in ieder mens) . Deze zijn ongeveer 800 jaar voor onze jaartelling opgeschreven. De Bhagavad Gita en de Ramayana worden ook wel heldengedichten genoemd. Het zijn avonturen en liefdesverhalen. Ze zijn ongeveer 2000 jaar oud, maar worden nog vaak gelezen, gespeeld en gedanst, en ook verfilmd.

Hoe beïnvloedt de Sanatan Dharma het leven van een Hindoe?
Hindoes komen samen in de mandir (tempel). Sommige Hindoes gaan daar dagelijks heen om te bidden en offers te brengen aan de goden. Veel Hindoes gaan naar de mandir op feestdagen, of voor speciale gelegenheden zoals een huwelijk. Veel mensen hebben thuis ook een altaar met daarop enkele godenbeelden. Hier bidt men ’s ochtends en ’s avonds samen met de gezinsleden (of soms alleen). Voor de beelden worden bijvoorbeeld bloemen, wierook, kaarsen, water en fruit neergezet. Daarnaast wordt er actief gemediteerd en wordt er bijvoorbeeld yoga beoefend. Vanuit de Sanatan Dharma zijn er diverse technieken beschikbaar gesteld door monniken om lichaam en geest in balans te brengen.